William Phillipsz, directeur van Family Help Programme op Sri Lanka, vertelt wat hij meemaakte op de dag van de ramp:

"Op de ochtend van tweede kerstdag, rond 9.30 uur, bezocht ik samen met mijn vrouw een begrafenis. Daar hoorde ik het nieuws dat de zee het land had overspoeld en dat in het zuiden complete dorpen waren overstroomd. Aanvankelijk dacht ik dat het een cycloon met vloedgolven was en ik herinnerde mij onmiddellijk de ramp in de zestiger jaren, waarbij de plaats Batticaloa totaal vernield werd. Toen de televisiezenders elke minuut meer informatie begonnen te geven, kon ik niet geloven wat er werd verteld. Nog nooit in mijn leven had ik zo'n grote ramp meegemaakt. Mannen, vrouwen en kinderen, zelfs baby's die weggespoeld werden, gebouwen en huizen waarvan niets dan puin overbleef, voertuigen en huisraad overal in het water drijvend, toeristenresorts waarvan niets dan brandhout over was gebleven, mensen die gilden, als gekken rondrenden. Nee dit alles kon niet waar zijn, dit was slechts een boze droom, een herhaling van ‘The Day After Tomorrow', geen fictie, maar nog angstaanjagender, van een nog grotere omvang en toch gebeurde het werkelijk in mijn eigen zo geliefde land…..

Ongelooflijk, werkelijk ongelooflijk. Daarna kwam de informatie over het dodental dat erg hoog was en alsmaar bleef stijgen. Toen kwamen ook de geruchten, dat de tsunami ook Negombo had getroffen en deels had vernield en dat enkele omliggende plaatsen dreigden onder te stromen. Ik was in shock, stomverbaasd, om mij heen zag ik families met hun kinderen wegrennen en met bustransporten vertrekken. Met achterlating van hun bezittingen trokken zij naar veiliger plaatsen zoals kerken, tempels, scholen, daar waar maar plaats was. Bussen vol mensen kwamen in ‘mijn' kerk in Tudella aan en zochten een veilig onderdak in de basisschool. De reactie van mijn medeparochianen was hartverwarmend, wij hebben onze krachten gebundeld en het leven voor deze vluchtelingen zo aangenaam mogelijk proberen te maken. Zij kregen eten, beddengoed en andere eerste levensbehoeften. De eerste nacht verbleven er 875 mensen in de kerk- en schoolgebouwen. Met het verstrijken van de uren werden er steeds meer dodelijke slachtoffers gemeld. De natuur is sinds eeuwen niet zo verwoestend geweest als op deze dag.

Dezelfde middag nog werd ik gebeld door de boeddhistische priester van de kleuterschool in Bopitya die hulp wilde aanbieden en vroeg wat zij konden doen. Ik heb meteen om levensmiddelenpakketten gevraagd en al de volgende middag kwam er een transport met 2500 voedselpakketten aan. Wij hebben deze pakketten verspreid in Tudella, in Nayakakanda (Wattala) en in Pamunugama.

Twee dagen later zijn we samen met Family Help Programme in Nederland een actie gestart om geld in te zamelen. Hiermee wilden we de slachtoffers helpen, op elke mogelijke manier. Diezelfde dag nog reed ik in de stromende regen naar Negombo om te kijken naar de schade. Ik kon mijn ogen niet geloven. Een paar dagen later reed ik naar het zuiden van Colombo naar Panadura. De helft van de sloppenwijken in Moratuwa was weg, hele families leefden op de straat. De kust van Panadura was veranderd in een grote vuilnisbelt. Samen met enkele bestuursleden vertrok ik zuidwaarts naar Balapitiya. De vissersdorpen Payagala, Beruwala en Balapitiya waren veranderd in enorme puinhopen.

Wij, als Family Help Programme, wilden helpen; om te beginnen besloten we een aantal van deze vissersdorpen te helpen. Zij waren hun vissersmaterialen kwijtgeraakt, hun boten en buitenboordmotoren waren kapot en hun huizen waren vernield. Zij zouden het nooit redden zonder hulp. Hier moest Family Help Programme in actie komen.

De naam die wij aan dit enorme hulpproject hebben gegeven is:

FHP TEARS dat staat voor Tsunami Effected Areas Rehabilitation Support.

Uitdelen netten