Het onderwijs op Sri Lanka

Het onderwijs op Sri Lanka is een erfenis van haar koloniale verleden. Het toen geldende Engelse systeem bestaat nog steeds. Kinderen volgen onderwijs vanaf hun zesde jaar en zijn leerplichtig tot het zestiende jaar; kinderen vanaf vijftien jaar kunnen ontheffing krijgen om in de praktijk een vak te leren.

Het onderwijssysteem is als volgt opgebouwd.;

Basisschool Primary level O/L Grade 1 t/m 5 6 t/m 10 jaar
Voortgezet onderwijs, onderbouw Junior secondary O/L Grade 6 t/m 9 11 t/m 14 jaar
Voortgezet onderwijs, bovenbouw Senior secondary O/L Grade 10-11 15-16 jaar
Voorbereidend hoger onderwijs Collegiate level A/L Grade 12-13 17-18 jaar
Hoger onderwijs Higher education Afhankelijk van studie

 

O/L (Ordinary Level) is de lagere schoolopleiding die ieder kind in Sri Lanka verplicht moet volgen. Deze opleiding duurt 11 jaar en beslaat grade 1 t/m 11, leeftijd ongeveer 6 t/m 16 jaar. In het elfde jaar wordt een examen afgenomen.

Het betreft onderwijs in de vakken:

  • Medium Language: Taal
  • Religion: Levensbeschouwing; boeddhisme, al of niet aangevuld met oriëntatie op andere godsdiensten
  • English Language: Engelse Taal
  • Social Studies: Geschiedenis en Maatschappijleer
  • Mathematics: Rekenkunde – Wiskunde
  • Science: een inleiding in natuur- en scheikunde en biologie 

De resultaten van het O/level-examen bepalen of A/level (advanced level) kan worden gevolgd; een twee jarige vervolgopleiding. Voor deze opleiding dienen de kinderen 4 vakken te kiezen. Het behalen van het A/level-examen geeft toegang tot toelatingsexamens voor het hoger onderwijs (universiteit/ hogere beroepsopleiding).

 

EEN BETERE SCHOLING GEEFT UITZICHT OP EEN BETERE TOEKOMST 

De slagingspercentages voor O/level bedragen 48 % (met als uitgangspunt een voldoende in drie van de bovengenoemde zes vakken; voor A/level 42 % (bron: onderzoek Ministerie van Onderwijs 2006). 

Slechts tien procent van de kandidaten die slagen voor A/level-examen kan voor een hogere studie worden toegelaten. Er bestaat dan ook een groot aantal privéscholen en hogere opleidingen die geparenteerd zijn aan buitenlandse instellingen van (hoger)onderwijs (meestal uit Engeland of een ander Gemene Best-land). Studenten die het kunnen betalen volgen studies in het buitenland. Het hoogste niveau van een studie op Sri Lanka is internationaal vergelijkbaar met de graad van Baccalaureaat. 

De meeste zesjarigen gaan geheel onvoorbereid naar de basisschool. Door kinderopvang en informele kleuterschooltjes op te richten wordt het kleuteronderwijs bevorderd waarbij kinderen al vroeg op een schoolse situatie worden voorbereid. Op het platteland staat het onderwijs op een aanmerkelijk lager peil dan in de steden. Ouders sturen – als zij het kunnen betalen – daarom hun kinderen naar scholen in de grotere dorpen en steden.  

Beter onderwijs leidt tot een betere toekomst; zowel op economisch / financieel vlak als in geestelijk welzijn. De structuur van het onderwijs op Sri Lanka biedt geen gelijke kansen. Hoewel onderwijs in principe gratis is en voor iedereen toegankelijk bepalen maatschappelijke status maar vooral financiële middelen in welke mate en tot welk niveau een kind onderwijs kan volgen (wat uiteindelijk de toekomst van het kind zal zijn). Kinderen van gezinnen die financieel welvarend zijn hebben dus een grote voorsprong. Kosten voor bijscholing kunnen voor hen worden opgebracht. Daarbij komt dat deze gezinnen stabieler zijn. Hier zijn meestal beide ouders aanwezig.

Kinderen uit gebroken gezinnen – hetzij door sterfte of verlating van (een van) beide ouders, hetzij door werkverblijf van een ouder in het buitenland (meestal de moeder) – lopen gedurende hun schoolperiode een steeds grotere achterstand op doordat zij geen toegang hebben tot de privéscholen die een beter en hoger onderwijsniveau bieden, of tot de niet kosteloze bijscholing/huiswerkklassen in openbare scholen of tot een betere school in de buurt (reiskosten!). 

Kinderen uit de armste milieus gaan niet eens regelmatig naar school, laat staan dat zij een vervolgopleiding zullen volgen.

Gehandicapte kinderen worden nog steeds in groten getale verborgen gehouden en hun wordt elke vorm van onderwijs onthouden.

 

MOGELIJKE VERVOLGOPLEIDINGEN NA A/L EN O/L

UNIVERSITEIT

Ieder jaar mogen over het hele land 20.000 studenten naar de universiteit. Degenen met de hoogste cijfers komen het eerst aan bod via een bepaalde formule. De relevante vakken wegen in de bepaalde formule het zwaarst. Bijvoorbeeld iemand die medicijnen wil studeren moet goed zijn in exacte vakken en iemand die literatuur wil doen moet weer goed zijn in talen enz.

Universiteiten zijn overheidsinstanties en dus gratis. Wel moeten eventuele reis- en verblijfskosten worden betaald evenals administratiekosten bij inschrijving en ook de benodigde boeken en andere materialen. De universiteiten beschikken over zogenaamde hostels waar studenten tegen geringe vergoeding kunnen verblijven. Bij particulieren een kamer huren wordt uiteraard weer duurder. Voor arme kinderen bestaat de mogelijkheid om een studiebeurs te krijgen.

Voor studenten die naar een universiteit willen, maar buiten de 20.000 gelukkigen vallen, is alleen studie in het buitenland een alternatief. Dit wordt uiteraard eenzeer dure zaak. Denk hierbij aan visa, tickets en collegegelden. De duur van de opleidingen is afhankelijk van de gekozen richting. 

LERARENOPLEIDING

Lerarenopleidingen duren drie jaar. Ook hier moet men geslaagd zijn voor A/L en wordt men pas aangenomen na een toelatingsexamen. De opleidingen worden gegeven op een ‘College of Education’, die men in of nabij alle grotere steden aantreft. Ook deze colleges zijn overheidsinstanties en dus gratis. Bovenvermelde kosten zijn uiteraard ook hier van toepassing. 

IT CURSUSSEN

Ieder district heeft een computerschool die onder de overheid valt. Hier kunnen zowel O/L als A/L afgestudeerden terecht. Ook hier geldt dat er een toelatingsexamen moet worden afgelegd. Kosten zijn vergelijkbaar met de andere overheidsinstellingen.  

Vanwege het beperkt aantal cursisten dat wordt toegelaten zijn in de computerbranche de privéinstellingen wel interressant ook al vanwege het feit dat het in de computerwereld vaak gaat om korte opleidingen (bv MS-offi ce). De kinderen hebben dan een redelijke kans om aan werk te komen, want ook Sri Lanka gaat digitaal.

TECHNISCHE OPLEIDINGEN

Het Technical Training Institute ‘T.T.I.’ in Katunayake, wederom een overheidsinstelling, accepteert kandidaten die voor minimaal 3 vakken zijn geslaagd voor A/L en na een toelatingsexamen.

Technische beroepen op lager niveau (na O/L) kunnen worden geleerd in privé-instellingen, bijvoorbeeld ‘Don Bosco’ in Negombo. Er zijn ook diverse privé-instellingen die korte trainingen geven in diverse beroepen zoals electricien, timmerman, monteur, TV-reparateur enz.  

Omdat de diversiteit te groot is, worden geen kosten vermeld. Voor kinderen die niet capabel zijn voldoende te studeren, en dat zijn er natuurlijk veel, kan zo’n cursus een duw in de goede richting zijn. Per kind kan worden bekeken wat de mogelijkheden en de daarbij behorende kosten zijn.

Sri Lanka kent ook een Technische Hogeschool. Dit is een overheidsinstelling en de toelatingseisen zijn rechtstreeks vergelijkbaar met die van de universiteiten.

ADMINISTRATIEVE OPLEIDINGEN

Er bestaat een overheidsinstelling die, bijvoorbeeld voor bankpersoneel, accountancy (boekhouden) opleidingen geeft. Studenten moeten hiervoor geslaagd zijn voor A/L en een toelatingsexamen doen. In de privé-sector zijn er legio mogelijkheden om in de administratieve richting cursussen te volgen. 

ESTHETISCHE OPLEIDINGEN

Onder estetische opleidingen wordt verstaan; opleidingen in kunst, muziek, dans, grafische beroepen, landschapsontwerp en architectuur. Hiervoor is eenspeciale Universiteit in Colombo, ook weer eenoverheidsinstelling waar dus dezelfde condities gelden als bij de andere universiteiten. Het aantal studenten dat hier en bij de Technische Hogeschool gaan studeren zijn niet vervat in de 20.000 kandidaten voor een universitaire opleiding. 

ONGESCHOOLDEN

Voor de kinderen die niet kunnen slagen voor hun O/L examen blijft er niets anders over dan te gaan werken als arbeider, bijvoorbeeld in grootwinkelbedrijven of fabrieken. Zij krijgen in de zaak waar zij gaan werken een aangepaste training. Vaak wordt door het management van bedrijven zelfs geronseld op scholen om aan personeel te komen. Het is echter wel aanbevelenswaardig om deze kinderen een eenvoudige computercursus te laten volgen of een kortevaardigheidscursus zoals boven reeds vermeld onder ‘Technische opleidingen’. 

CONCLUSIE

In feite is er in Sri Lanka voor ieder beroep wel een opleiding te vinden in de privé-sector die aan de vereiste voorwaarden voldoet (stewardes, kwaliteitscontroleur, kok, secretaresse, receptioniste enzovoorts). Alles hangt natuurlijk af van de bereidheid en de capaciteit van de kinderen zelf en van hetgeen de betreffende sponsor wil investeren. Wel zou het natuurlijk jammer zijn, als een kind heel zijn jeugd is gesteund en heeft bewezen die steun waard te zijn geweest, dat het op het moment dat het er echt op aankomt aan zijn lot wordt overgelaten.

Boekje tsunamiprojecten

FHP heeft FHP TEARS project ten behoeve van de slachtoffers van de tsunami afgesloten. Hieromtrent hebben we een boekje samengesteld welke voor € 10,- te verkrijgen is. Mocht u geïnteresseerd zijn, laat ons dit dan weten.

Zie ook tsunamiprojecten .

Oprichter Herman Steur


Herman Steur

Family Help Programme is in 1980 op Sri Lanka opgericht door Herman Steur, een welgestelde vishandelaar uit Monnickendam. Hij vertrok naar Sri Lanka om er een garnalenpellerij op te zetten. Uiteindelijk heeft dit plan geen doorgang gevonden omdat de toelevering van stroom een té onzekere factor bleek.

De ommezwaai in zijn leven vond plaats toen hij rustig lag te slapen in zijn huis aan het strand in de Sri Lankaanse stad Pamunugama en hij wakker schrok door de opgewonden stem van zijn butler: ‘Neem me niet kwalijk meneer, maar u moet komen. Er is iets vreselijks gebeurd.’ Herman Steur ging in zijn ochtendjas naar de voordeur en trof daar een in vodden geklede vrouw samen met haar vier kinderen, bibberend bij elkaar. ‘Haar man, een arme visser, is verdronken’, vertelde de butler hem. ‘Ze heeft geen geld voor een kist en vraagt om een laken waarin het lichaam van haar man kan worden begraven.’ Toen Herman naar de huilende vrouw keek, voelde hij zich tot in het diepst van zijn ziel geroerd. ‘Ja natuurlijk, geef haar zoveel lakens als ze maar nodig heeft.’ En bij zichzelf bedacht hij hoe vreselijk het moest zijn om te moeten bedelen om een laken om een geliefde in te begraven. Hij drukte de vrouw 1.000 Roepees (toen ongeveer € 18,-) in de hand. ‘Maak je maar geen zorgen om de begrafeniskosten’ zei hij tegen haar. ‘Die zal ik voor je betalen.’

Herman heeft altijd geloofd dat het zijn plicht was om de armen en zwakken te helpen en zijn hele leven had hij al met gulle hand gegeven aan allerlei goede doelen. Toch knaagde de hulpeloosheid van deze weduwe sterker aan zijn geweten dan enig eerder voorval. Hij bedacht dat hij de middelen had om meer mensen te helpen dan alleen deze ene vrouw. ‘Misschien ben ik wel voorbestemd om mijn geluk op de één of andere manier te delen met de arme mensen in dit land. Hoe groot de uitdaging was die hij daarmee aanging, kon hij op dat moment niet beseffen. 

Herman Steur temidden van bewoners Welkom Dorp

Herman Theodorus Steur werd op 26 april 1930 geboren. Zijn vader bezat een goedlopende groothandel in vis en ze hadden een goed bestaan totdat Duitsland in 1940 Nederland binnenviel. De tweede wereldoorlog verwoestte de visgroothandel van de familie Steur. Als 14-jarige moest Herman van school en hij moest zelfs een tijdje langs de deuren om melk en brood bij elkaar te bedelen voor de rest van de familie. Dat was zijn eerste ervaring met echte behoeftigheid; een ervaring die de ellende van gebrek aan voedsel en medische hulp voorgoed in zijn ziel zou griffen. 

Tegen de tijd dat de familie de groothandel weer had opgebouwd, stond Herman aan de leiding omdat zijn vaders gezondheid te wensen overliet. De jongeman bestuurde het bedrijf efficiënt en zorgde voor een gestaag groeiende afzet in Nederland en andere landen van Europa. Hij had het ene lucratieve idee na het andere, zoals het leveren van vacuüm verpakte vis aan de duizenden supermarkten die overal in Europa verrezen. 

Bij het bereiken van de middelbare leeftijd, had hij een kapitaal vergaard. Zijn werk was zijn grootste hartstocht. Diezelfde hartstocht bracht hem op 1 november 1979 naar Sri Lanka. Deze eilandstaat had voor buitenlandse investeerders een nieuwe economische zone ingericht waar bedrijven konden werken met bijzonder goedkope arbeidskrachten. Herman maakte plannen voor een garnalenpellerij waar 1.200 vrouwen zouden kunnen werken. Vol vertrouwen kocht hij een landhuis bij het strand en bereidde de start van het bedrijf voor. 

Maar aan al deze voornemens kwam een abrupt einde op de klamme avond waarop de ontredderde weduwe aan zijn deur verscheen.  

Herman Steur is op 25 maart 2012, op 81 jarige leeftijd, overleden. In de tussenliggende jaren heeft hij een droom kunnen verwezenlijken: het Nederlandse ‘Welkom Dorp’. Dit dorp, dat gebouwd is in de vorm van Nederland en dat gebouwd is met huisjes die rechtstreeks uit Monnickendam en Volendam lijken te komen, biedt onderdak aan 300 bejaarden, opgeraapt uit de goot.

Hermans betrokkenheid heeft hem het overgrote deel van zijn vermogen gekost maar hij zou het niet anders hebben gewild. ‘Het ergste dat je in deze wereld kunt doen, is doodgaan met veel geld’, zei hij beslist. Het is veel beter om de levens van mensen in nood te verrijken door hen in je eigen geluk te laten delen. Dat was de opmerkelijke missie van Herman Steur, oprichter van de stichting, waar wij ruim 30 jaar later nog steeds voor staan en trots op zijn.

 Oude vrouw en man