“Paradijs” is een woord dat gebruikt werd om Sri Lanka te beschrijven. Een weelderig groen eiland in de vorm van een traan, omringd door glorieuze zandstranden en diepblauw en turkoois helder water. Voor de oppervlakkige toeschouwer zal dat wel een traan van vreugde zijn, voor de mensen die zich meer verdiepen ook een traan van verdriet want Sri Lanka is een eiland met een zon- én een schaduwzijde.

“Sri Lanka’…over de naam is al veel verteld. Het veranderen van de naam van het eiland van ‘Ceylon’ naar Sri Lanka in 1972 veroorzaakte nogal wat verwarring maar in feite was de naam altijd zo gebruikt door de Singalezen (de grootste bevolkingsgroep van Sri Lanka) en bij de Tamils spraken ze over “Ilankai”.

Het 2000 jaar oude Hindo-epos vertelt het verhaal van Rama’s mooie echtgenote die werd ontvoerd door de slechte koning Lanka. Later kende de Romaanse bevolking het eiland als “Taprobane” en moslim handelaars spraken weer over het eiland “Serendib”. Deze naam is afkomstig van het woord “serendipity” en betekent zoveel als “de gave om onverwacht mooie ontdekkingen te doen”; Sri Lanka was die mooie en onverwachte ontdekking en als u de ervaring hebt mogen opdoen om Sri Lanka te bezoeken, weet u dat deze onverwachte en mooie verrassingen over het hele eiland opduiken.

kokosboom

De geschiedenis van Sri Lanka

Sri Lanka is één van die plaatsen op onze wereld waar de geschiedenis op lijkt te gaan in de mystiek van legendes. Immers, over Adam’s Peak wordt gezegd dat het de plek is waar Adam zijn eerste voet op aarde zette nadat hij verbannen was uit de hemel…en is het niet zijn voetafdruk die boven op de berg staat? Of is dat toch de voetafdruk van Boeddha, een eiland bezoekend halverwege zijn weg naar het paradijs? En Adam’s Bridge, de reeks van eilanden die een ketting vormt tussen India en Sri Lanka, is dat in werkelijkheid niet de serie versteende voetstappen van Rama? Rama die, geholpen door zijn trouwe bondgenoot Humanan, de apengod, met grote sprongen over het water ging tijdens zijn missie om Sita te redden uit de klauwen van de slechte duivel Rawana, koning van Lanka, in het epos “Ramayana”?

Het epos van “Ramayana” heeft wellicht een broze kern van waarheid in zich want Sri Lanka’s geschiedenis vertelt over vele invallen van het zuiden van India. Misschien dat een aantal vroegere “strafinvallen” door India de basis hebben gelegd voor dit verhaal over Rama en zijn mooie vrouw, een verhaal dat alsmaar werd verteld, van generatie op generatie, door heel Azië. Maar hoe mooi en fascinerend de legendes ook zijn, de realiteit wijst in de richting van de eerste Singalezen (van origine waarschijnlijk uit Noord India) die rond de 5e of 6e eeuw voor Christus op Sri Lanka aankwamen om vervolgens beetje bij beetje de eerste inwoners, de Wanniyalaaetto ook wel bekend onder de naam Veddahs, vervingen. Van deze mensen zijn er vandaag de dag nog maar weinig over.


De Portugese periode

Na de opkomst en ondergang van achtereenvolgens Anuradhapura en Polonnaruwa werd het centrum van de Singalese macht verschoven naar het zuidwesten van het eiland en tussen 1253 en 1400 na Christus waren er vijf Singalese hoofdsteden. Tijdens deze periode had Sri Lanka het zwaar te verduren. Zo waren daar de aanvallen van zowel Chinezen als Malayans en daarnaast ook nog de periodieke invallen vanuit Zuid India. Uiteindelijk arriveerden de koloniale Europese krachten in 1505. Op dat moment had Sri Lanka drie koninkrijken: het Tamil koninkrijk van Jaffna in het noorden (dat zijn oorsprong vindt in Zuid India) en de twee Singalese koninkrijken in Kandy en Kotte. Het koninkrijk in Kotte was het sterkst en het machtigst en lag in het zuidwesten.

In 1505 arriveerde de Portugees Lorenço de Almeida in Colombo. Hij zorgde ervoor dat hij vriendschappelijke banden onderhield met de koning van Kotte en veroverde op die manier een monopolie voor Portugal op het gebied van de kruiden- en kaneelhandel. Deze handel zou snel daarna enorm belangrijk worden in Europa. Pogingen van Kotte om de kracht en bescherming van de Portugezen in zijn eigen belang te gebruiken, resulteerde erin dat Portugal de macht volledig overnam, niet alleen in de regionen van Kotte, maar over het hele eiland, uitgezonderd de centrale hooglanden in Kandy. Omdat de hooglanden ver weg lagen en moeilijk toegankelijk waren, waren de koningen van Kandy altijd in staat om pogingen van de Portugezen om hen in te lijven af te weren en bij meerdere gelegenheden hebben zij de Portugezen terug naar de kust gedreven. Koffie was de grootste bron van inkomen en daarmee de ruggengraat van de koloniale economie, maar een vernietigende plantenziekte verwoestte dit in 1870 en de plantages schakelden snel over naar thee en/of rubber. Vandaag de dag is Sri Lanka de op één na grootste thee-exporteur ter wereld.

waterval

De Nederlandse periode

De Portugese overheersing werd gekenmerkt door Europese hebzuchtigheid, wreedheid en intolerantie op zijn ergst maar pogingen van het koninkrijk Kandy om Nederlandse hulp te krijgen bij het verjagen van de Portugezen had tot gevolg dat de ene Europese macht werd ingeruild voor de andere. In 1658, 153 jaar na het eerste Portugese contact, hadden de Nederlanders de macht overgenomen in alle kustgebieden van het eiland.


De Engelse periode

De Franse revolutie resulteerde in een gigantische opschudding onder de Europese machten en in 1796 werden de Nederlanders makkelijk vervangen door de Engelsen, die er in 1815 ook in slaagden om de macht te veroveren over het koninkrijk Kandy. Daarmee werden ze de eerste Europese macht die erin slaagde over het hele eiland te heersen. Tot 1802 administreerden de Engelsen Sri Lanka nog vanuit Chennai (Madras) in India maar tijdens dat jaar werd Sri Lanka een kroonkolonie en in 1818 werd een verenigde administratie opgezet.

In het jaar 1832 zorgden de verregaande veranderingen in de eigendomswetten ervoor dat Engelsen zich permanent op Sri Lanka gingen vestigen. Dit ging ten koste van de Singalezen, die, in de ogen van de Engelsen, geen recht hadden op hun eigen land. Al snel was Sri Lanka bedolven onder koffie-, kaneel- en kokosplantages en een netwerk van wegen en spoorwegen werd gebouwd teneinde deze nieuwe economische activiteiten te kunnen handhaven. Engels werd de officiële taal en wordt nu nog steeds veel gesproken op het eiland.

De Engelsen bleken niet in staat om de Singalezen te overreden goedkoop voor hen te werken en daarom haalden ze grote aantallen Tamil-arbeiders vanuit Zuid India. De Singalese boeren in het berggebied verloren hun land aan de staat en vandaag de dag bestaan er nog steeds ernstige conflicten tussen de Tamils uit het gebergte en hun Singalese buren. Hier moet aan toegevoegd worden dat de bergbewoners zich totnogtoe niet gemengd hebben in het conflict dat het noorden en oosten van het eiland heeft verzwolgen.

De eerste regering van Sri Lanka na de onafhankelijkheid beroofden de 800.000 Tamils uit het gebergte van hun staatsburgerschap en hun stemrecht. Latere overeenkomsten in de jaren 60 en 80 tussen Sri Lanka en India hebben ertoe geleid dat een aantal van hen repatrieerden naar India terwijl anderen het Sri Lankaanse burgerschap werd toegekend.

catamaran

Onafhankelijkheid

Tussen de 1ste en 2e wereldoorlog zorgde politieke beroering ervoor dat Sri Lanka in de richting ging van onafhankelijkheid van Engeland, maar op een aanzienlijk vreedzamer manier dan destijds van India. Aan het einde van de 2e wereldoorlog werd duidelijk dat Sri Lanka al heel gauw onafhankelijk zou zijn en in februari 1948 werd dat werkelijkheid. Echter, vervolgens werd het Singalees de enige officiële taal en sinds die tijd is het onrustig, zijn er ernstige geweldplegingen en sinds 1983 is er zelfs sprake van een burgeroorlog. De Tamils willen een autonome staat in het noorden stichten en de problemen worden nog verergerd door opstanden van separistische, radicale, linkse Singalezen die de regering omver proberen te werpen. Sri Lanka heeft vele politieke linkse partijen en bewegingen (waaronder een trotskistische partij) waardoor het sluiten van politieke compromissen bijna onmogelijk is. De burgeroorlog en de opstanden hebben tot nu toe al aan minstens 50.000 mensen het leven gekost.

Hierna besloten de Portugezen om het eiland Ceilão te noemen. Vervolgens besloten de Hollanders het om te dopen naar Ceylan, daarop noemden de Engelsen het Ceylon en tenslotte, in 1972, kreeg het mooiste eiland in de Indische oceaan haar huidige naam: Sri Lanka: ‘koninklijk, veelbelovend, stralend land’. Gedurende hun 140 jaar durende overheersing deden de Nederlanders, net als de Portugezen, meerdere onsuccesvolle pogingen om het koninkrijk Kandy onder controle te krijgen. De Nederlanders waren echter meer geïnteresseerd in handel en winst maken dan de Portugezen die veel tijd en moeite staken in het verspreiden van hun religie en het uitbreiden en versterken van hun mentale overheersing.

De eerste onafhankelijke regering werd gevormd door DS Senanayake en zijn ‘United National Party’ de UNP. Zijn voornaamste tegenstanders waren Tamil-partijen uit het noorden en de Communisten van de theeplantages. In eerste instantie verliep alles soepel. De economie bleef sterk, de theeprijzen stegen en gingen nog verder omhoog door het Koreaanse conflict. De regering concentreerde zich op het verbeteren van de sociale voorzieningen en het ondermijnen van de tegenpartij. Door de Tamils uit het gebergte hun stemrecht te ontnemen, bevorderden ze zeker dat laatste. In 1952 werd DS Senanayake vermoord. Hij werd opgevolgd door zijn zoon, Dudley Senanayake.

Zijn eerste van 4 perioden als Eerste Minister was een zeer korte. Een van de eerste beleidsmaatregelen na het onafhankelijk worden, was dat er gratis porties rijst werden verstrekt aan elke Sri Lankaan en ook kwam er subsidie voor de import van dit basisvoedsel. Echter, wereldwijd escaleerde de prijs van de rijst en hierdoor sloeg de balans van de betalingen door naar de verkeerde kant. Een poging in 1953 om de prijs van rijst te verhogen resulteerde in massale rellen, vele doden en de afkondiging van de noodtoestand. Dudley Senanayake trad af; hij was niet de laatste Sri Lankaanse leider die verslagen werd door ‘de rijstkwestie’. Sir John Kotelawala, zijn oom, verving hem en de UNP kreeg de bijnaam ‘Uncle Nephew Party’. Kotelawale werd met grote achterstand verslagen tijdens de algemene verkiezingen van 1956 door de Mahajana Eksath Peramuna (MEP) partij, geleid door SWRD Bandaranaike.